eerder gebakken

Nederlands graan II, Eline Ex, Tim van Dalen, René van der Veer, Martijn Roodzant

 

Gisteren, 2 juli 2018graanrepubliek

hadden we weer ons schoolreisje, aha, zo leuk voelt het om weer naar Eline en Tim en René en Martijn te gaan. Eline is Eline Ex; hier staat ze in Vogue van april j.l. Tim van Dalen doceert bij Bakery Institute en bakt puur in zijn schuur. René van der Veer kennen we allemaal van De Veldkeuken in Amelisweert. Martijn Roodzant van Bakkerij De Basis organiseerde deze keer ook mee; het bakken zit hem in de genen. Zij zijn de jonge honden die ons in willen prenten: BAK OOK MET NEDERLANDS GRAAN. En, zoals dat een dergelijk ekologisch evenement betaamt; we werden gestimuleerd om te carpoolen. Eline had onze email adressen per regio doorgegeven. Leuk, ik carpoolde in twee fasen, eerst met Jorrit, Streekbakker Nijmegen, die me voor de deur afhaalde en die ons naar Hemmen reed. Daar verruilden we de auto voor de bus van André Jurrius, Eko (bijna Demeter)boer in de Betuwe op De Lingehof. Daar was Noortje Bas ook al - doctorandus Bas, dagelijks werkzaam in de genenbank van de Universiteit van Wageningen. De laatste carpooler was Bart Mols die we ophaalden bij zijn Windkorenmolen de Vlijt in Wageningen. Het is een godsganselijk lange reis helemaal naar het noorden van Groningen maar dankzij de koekjes van Jorrit en de diepzinnige gesprekken - wat je in je appelbroodjes stopt als de Nederlandse bioappels allang op zijn: bioappels uit Argentinië of niet-bio appels uit de buurt - waren we ineens in de lokloods. De lokloods? Nee, de locloods. 

 

De Graanrepubliek, zoals die op de uitnodiging aangekondigd stond:

De Graanrepubliek is een bijzondere nieuwe plek in Groningen, https://www.facebook.com/Graanrepubliek/ Hier zullen een mouterij, brouwerij, distilleerderij, pastamakerij en bakkerij geopend worden. Peter Brul zal ons hier rondleiden. We bekijken het proefbedrijf met 28 hectare biologische teelt, waaronder demovelden met diverse baktarwerassen, zoals haver, rogge, gerst, emmer, eenkoorn en spelt. Ook bekijken we het laboratorium voor bakkwaliteit. 

Leuk om Peter Brul weer eens in een andere nieuwe hoedanigheid te horen. In mijn vorige leven was ik zuurdesembakker bij De Kuch in Uden en destijds werkte Peter Brul bij het Louis Bolkinstituut onder andere aan de vraag: kunnen we in Nederland geen biologische baktarwe telen in plaats van alleen maar voertarwe? 
Zoals ik toen ook al steeds hoorde: de boer wil het liefst wintertarwe telen, deze geeft meer opbrengst in kilo's. De bakker wil veel liever dat de boer zomertarwe teelt. In wintertarwe is de zetmeel/eiwit verhouding namelijk ongunstiger (meer zetmeel) dan in zomertarwe (korter groeiseizoen, minder zetmeelopslag). Leuk dat hij middels De Graanrepubliek zich wederom (na 25 jaar) met deze vraag bezighoudt. Het is namelijk de kernvraag van de bijeenkomsten: zijn er Nederlandse boeren die biotarwes (en/of oude tarwerassen) kunnen telen die dusdanig bakwaardig zijn, dat de bakker er brood van kan maken? Klaveronderteelten, prijzen en al dat soort dingen kwamen in de middag aan de orde bij zoon

 

De Geweidehof, Piet en Vera van Zanten:

Vanaf 13 uur het programma op het Geweidehof. http://hetgeweidehof.nl Piet en Vera hebben dan de volgende gewassen op de akkers staan: wintertarwe, winterrogge, spelt, zomergerst, emmer, zomertarwe, capucijners, karwijzaad, blauw maanzaad en luzerne.

Eerst koffie en koek en kersenbonbons en een lezing van Noortje Bas, getiteld Een kleine geschiedenis van de graanteelt in Nederland. We gingen met een sneltreinvaart 10.000 jaar door (of is het 18.000 jaar, zou zo maar kunnen blijken; de grens tussen wilde grassen en cultuur eenkoorn is heel diffuus). Eenkoorn was de eerste eetbare tarwe, daarna tweekoorn (en durum), daarna de gewone tarwe en daarna de spelt. Vanuit de bakermat van de landbouw - het land van de Eurfraat en de Tigris en de omringende landen - verspreidden de granen zich naar ons landje; eeuwenlang aten we pseudograan als boekweit en granen als rogge, tarwe, spelt. We teelden veel te weinig voor eigen gebruik; invoer gebeurde per schip vanaf de Rusland en de Baltische staten. Maar als er oorlog was rondom de Oostzee, dan was er geen vervoer en dan hadden wij honger. De komst van de aardappel veranderde de akkers in Nederland grondig. Evenals later de komst van de kunstmest (weg onproduktieve gedopte granen als emmer, spelt en weg onproductief lage opbrengstrassen). De veepest in Groningen zorgde er onder andere voor dat Groningen een akkerbouwprovincie werd: de graanrepubliek werd zoals wij die gekend hebben en hopenlijk weer zullen kennen. Dat het gebruik van Nederlandse (inlandse) tarwe ook gestimuleerd (opgelegd) kan worden door de overheid, dat zien we aan het maal- en menggebod van 1930: een bepaald percentage van het broodgraan moest uit Nederland komen. 
Noortje zet nog enige ketens bakker/boer/molenaar op een rij zoals die in de laatste dertig jaar opgebouwd zijn (binnenkort hopenlijk veel meer) en ze zet op een rij waar overal weer oude rassen ingezaaid zijn en vermeerderd worden. (Tussen haakjes, de Demeter bakkers hebben per traditie altijd geprobeerd om te bakken met graan uit de buurt; het is onderdeel van de kringloopgedachte.) Noortje geeft ons de link naar de oranje lijst van Oerakker. Prachtige lezing. De discussie barst los.

 

Martin Kullikcorrieenz

vraagt bijvoorbeeld een klip en klaar antwoord aan boeren: hoeveel moeten jullie vragen voor een kilo geschoonde gepelde emmer? Eenvijfendertig, eenvijftig per kilo dus. Dan moet het nog gemalen worden en vervoerd worden naar de bakkerij. Kan er niet iets aan de bakkwaliteit van biotarwe gedaan worden, bijvoorbeeld klavers onder de granen zaaien zodat ze meer stikstof tot hun beschikking krijgen (wat de gangbare boer namelijk kunstmatig strooit in mei) zodat ze iets meer gluteneiwitten krijgen? Is het een rassenkwestie? Demeter experimenteert met bonen/granenmengsels op dezelfde akker. In Duitsland schijnt een experiment gaande te zijn - aldus Martin Kullik -  om allerlei graansoorten door elkaar te zaaien en te oogsten (misschien zoiets als het Demeter experiment bij onder andere Doornik Natuurakkers; om mengsels te maken van dertig jaar oude graansoorten en om deze samen uit te zaaien - Doornik heeft Heliaro populaties 8 en 9 , lees in dit blog - en om dan te kijken: zijn ze gezond, geven ze goede opbrengst, smaken ze goed in brood, enzovoort. Het voordeel van niet-monocultuur is natuurlijk dat ziektes veel minder kans hebben om zich te verspreiden. Feitelijk dus weer het principe van de oude landrassen, die bestonden uit meerdere soorten.) 

Pauze

waarin ik naar zoon van Zanten ging, die aan het pellen was. Spelt pellen. Voor het eerst van mijn leven zag ik dat. De ongepelde spelt komt via buizen in een machine terecht waarin de spelt eerst met een soort spijkers bewerkt wordt waardoor de pel los komt van de korrel; deze wordt dan door een gat gedreven en ja, daar is de naakte speltkorrel en de aparte pel. Ongeveer 400-500 kilo per uur kan de pelmachine aan. Eenkoorn, emmersoorten en spelt worden op deze manier gepeld. Het pellen van gort is een ander proces, dat is meer een soort slijpen. Weer wat geleerd. Hup weer naar binnen om te speeddaten, wat niets met daten te maken heeft maar alles met vier minuten kennis maken met de mens tegenover je. Hilarisch, leuk. Daarna deed Piet van Zanten ons zijn leven en zijn bedrijf uit de doeken. We hebben begrepen, dat zijn eigenwijsheid hem toch wel gebracht heeft waar hij nu is. Had het aan zijn vader gelegen, dan was hetbist ja nait goud snik. Ofdat kin naait! Buiten schijnt de zon. Buiten staan de Franckenkorn spelt en de Sint Jansrogge prachtig te rijpen. In de akkerrand staat gerst.  Verderop zien we een karwijveld, nooit gezien als akkerbouwgewas. Mooi. De schermbloemigen zijn bruin, de zaden zijn aan het rijpen. We wandelen rustig terug en daar staat het eten klaar. (ai, waar vind je dit allemaal nog voor tien euro). 

kijken

praten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

eline

mannen 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
renespeedy

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 De terugreisnoor

is weer heel prettig met ons vijven. Nu glijdt Nederland van boven naar beneden weer aan de autoramen voorbij. Ons schoolreisje houdt nog niet op. Als we Bart uit de bus hebben gezet is het eerst nog met de pont over de Rijn en daarna... een laatste excursie - per auto - langs de akkers van André Jurrius. Om te beginnen de quinoa, ook weer voor het eerst in mijn leven dat ik quinoa in levende lijve zie. Dan de zonnige speltakker. Jorrit bakt met de spelt van de Lingehof bijvoorbeeld, dus hij (en wij) wordt (worden) geheel lyrisch over de prachtige akkers met spelt. We stappen bij alle akkers uit, bij de bieten, bij de pompoenen, bij de tarwe. Het is te mooi om alleen van achter glas te bekijken. Okay. Dit was een erg mooi schoolreisje. Dankjulliewel Eline en Tim en René en Martijn en iedereen.

 

Hier het verslagje van de eerste graanbijeenkomst.

En hier de muziek van Ede Staal, een must om te beluisteren terwijl je dit verhaal leest. 

Wie een We Transfer bestandje wil met foto's van de dag, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

 

quinoa

andrespelt